Ik zag gisteren op X een opvallende woordenwisseling voorbijkomen tussen Steve Yegge, een bekende Amerikaanse softwareveteraan, en Demis Hassabis, de CEO van Google DeepMind. Hassabis' reactie was niet bepaald diplomatiek: hij noemde het bericht van Yegge "compleet onwaar" en "pure clickbait", en suggereerde dat Yegges bron "eens echt werk moest gaan doen". Wat mij hier vooral interesseert is niet de ruzie zelf, maar wat het zegt over hoe moeilijk het is om van buitenaf te beoordelen hoe breed AI nu eigenlijk gebruikt wordt — zelfs binnen Google.
Waar ging het over?
Yegge deed op X een bewering die snel werd opgepakt. Hij zou gesproken hebben met een bevriende tech director bij Google — iemand met zo'n twintig jaar ervaring daar — over hoe AI intern wordt gebruikt. Zijn conclusie: Google zou ongeveer dezelfde AI-adoptie hebben als John Deere, de tractorenfabrikant. In zijn verdeling: 20 procent van de engineers werkt actief met agents (dat zijn AI-tools die zelfstandig meerdere stappen uitvoeren), 20 procent weigert AI te gebruiken, en 60 procent zit nog op chat-tools zoals Cursor. Als oorzaak noemde hij een aanwervingsstop van achttien maanden, waardoor er geen nieuwe mensen binnenkwamen die konden laten zien hoe het elders werkt.
Dat is een stevige claim. Zeker voor een bedrijf dat zichzelf naar buiten toe positioneert als AI-leider en dat met Gemini een van de grootste taalmodellen op de markt heeft.
De reactie van Google
De reacties volgden snel. Addy Osmani, een bekende engineer bij Google, weersprak Yegge door te melden dat meer dan 40.000 software engineers intern wekelijks gebruikmaken van agentic coding-tools. Volgens hem beschikt Google over eigen modellen, CLI-tools en MCP-integraties die extern niet beschikbaar zijn.
Hassabis hield het korter. Zijn tweet luidde, vrij vertaald: "Zeg tegen je vriend dat hij eens echt werk moet gaan doen en moet stoppen met het verspreiden van onzin. Deze post is compleet onwaar en pure clickbait." Dat is een opmerkelijk directe reactie van een CEO, zeker op een anekdotisch bericht.
Kunnen beide verhalen tegelijk waar zijn?
Dat is de eerste vraag die ik mezelf stelde. En ik denk eigenlijk van wel. 40.000 engineers die wekelijks een agent openen klinkt indrukwekkend, maar Google heeft volgens eerdere publieke cijfers meer dan 50.000 software engineers wereldwijd. Je kunt dus tegelijk zeggen dat "40K wekelijks gebruikt" en "60 procent zit nog vooral op chat-tools" allebei kloppen — afhankelijk van hoe je "gebruik" definieert.
Daar zit wat mij betreft de kern: adoptie is een rekbaar begrip. Is iemand die één keer per week een prompt in een chat-tool plakt een actieve gebruiker? Of moet je daarvoor dagelijks met een agent werken die zelf code schrijft en pull requests opent?
Waarom dit niet alleen semantiek is
Voor een buitenstaander lijkt dit misschien een definitiekwestie, maar het heeft gevolgen. Als "AI-gebruik" betekent dat iemand ooit ChatGPT open heeft gehad, haal je gemakkelijk 90 procent adoptie in je team. Als het betekent dat iemands dagelijkse werk fundamenteel anders verloopt, is het percentage veel lager — bij Google én bij jouw bedrijf.
En dat verklaart, denk ik, waarom de posts zo fel botsen. Yegge en Hassabis praten vermoedelijk over verschillende dingen, maar het publiek leest het als één tegenstelling: "Google is achter" tegenover "Google loopt voorop".
Wat betekent dit voor een Nederlandse ondernemer?
Ik vind dit verhaal om drie redenen relevant, zelfs als je geen cent omzet bij Google draait.
Als Google zelf worstelt, sta jij er niet slecht voor. Wanneer ik met eigenaren van Nederlandse bedrijven spreek, hoor ik vaak de zorg: "Iedereen is al veel verder dan wij." Dit soort interne verhalen uit Silicon Valley laat zien dat zelfs de bedrijven die AI bóuwen, intern een deel van hun mensen moeilijk meekrijgen. Dat is geen excuus om stil te zitten, maar het schuurt die schaamte wel weg.
Wantrouw zowel de hype als de anti-hype. Yegges bericht werd breed gedeeld omdat het een goed verhaal is — "zelfs Google doet niks met AI". Hassabis' reactie werd ook breed gedeeld omdat het ook een goed verhaal is — "Google ís er wel degelijk mee bezig". Beide kanten leunen op anekdotes. Wat mij betreft is het verstandiger om in je eigen organisatie gewoon te meten wat mensen doen, en niet te leunen op sfeerberichten uit de VS.
Definieer zelf wat "AI-gebruik" voor jou betekent. Wil je dat je team tijd bespaart op e-mail? Dat je verkoopafdeling sneller offertes opstelt? Dat je juridische documenten worden gelezen voordat er iemand naar kijkt? Dat zijn drie verschillende doelen, met drie verschillende "adoptiecijfers". Zonder die definitie praat je in de ruimte.
Een praktische test
Ik doe dit zelf wel eens als oefening met klanten: vraag vijf willekeurige medewerkers wanneer ze voor het laatst met een AI-tool iets productiefs hebben afgerond — geen experiment, geen "eens geprobeerd", maar een afgemaakte taak die anders handwerk was. De antwoorden geven je binnen een halve dag een beter beeld dan welke externe benchmark dan ook.
Kun je je voorstellen hoe dat gesprek bij jou zou lopen? Mijn ervaring is dat de verschillen binnen één team vaak groter zijn dan tussen bedrijven.
Tot slot
Wat mij uiteindelijk bijblijft van deze woordenwisseling is hoe weinig we eigenlijk weten over hoe AI wordt gebruikt binnen grote organisaties. Er wordt veel gerapporteerd over modellen, benchmarks en omzet, maar over het alledaagse werk — de engineer die om drie uur 's middags kiest tussen een agent of gewoon zelf typen — hebben we vrijwel geen harde cijfers. Dat verklaart waarom een anekdote van één tech director zo hard aankomt, en waarom een CEO zich genoodzaakt voelt om er publiekelijk op te reageren.
Voor mij is dit vooral een signaal dat de interessante vraag niet is of Google AI gebruikt, maar hoe we in onze eigen bedrijven grip krijgen op wat wel en niet werkt. Dat is minder spannend dan een ruzie op X, maar op de lange termijn een stuk nuttiger.